Citaat van de week: It was very good of God to let Carlyle and Mrs Carlyle marry one another, and so make only two people miserable and not four (Samuel Butler)
Noel Carroll, een pleidooi voor kunstkritiek
Schrijver(s) Noel Carroll
Gepubliceerd in de Volkskrant 26 juni 2009
Datum gepubliceerd 26-06-2009

Begin dit jaar stuurden drie grote toneelgezelschappen in Los Angeles een brandbrief naar de LA Times, waarin ze een warm pleidooi voor de theaterkritiek hielden. Menigeen verbaasde zich erover, want je ziet ook zelden verkeersdeelnemers in het openbaar voor meer snelheidscontrole of hogere boetes pleiten.

Maar de nood was hoog in Los Angeles, aangezien het aantal kunstrecensies daar, en elders in de Verenigde Staten, schrikbarend snel terugloopt. De artistiek leiders hunkerden naar aandacht en schreven dat kunstkritiek meer is dan een noodzakelijk kwaad. Ze noemden kritiek een onmisbaar deel van het grotere debat dat in elke levende gemeenschap plaats moet vinden.

Zo is het, al mogen de bedreigde critici ook wel eens de hand in eigen boezem steken. Want veel recensies komen niet verder dan een impressionistische beschrijving van het vertoonde. Uit een onderzoekje van een paar jaar geleden onder 160 Amerikaanse critici blijkt dat 75% van hen het geven van een oordeel onbelangrijk vindt, zo meldt professor in de kunstfilosofie en filmcriticus Noël Carroll in On Criticism. Krijgt kritiek dan niet iets overbodigs?

Het ging in de enquête echter om beeldende-kunstkritiek. En omdat de beeldende kunsten zo complex zijn geworden, nu vormgeving, nieuwe media, reclame, fotografie, conceptueel werk en film vaak moeiteloos door elkaar lopen, is het wel begrijpelijk dat critici soms al blij zijn als ze iets kunnen uitleggen, zonder dat ze nog aan een oordeel toekomen. Carroll heeft weinig oog voor dat probleem, maar zijn stellingname voor kritiek die een oordeel uitspreekt is er niet minder actueel om.

In een steeds onoverzichtelijker aanbod van toneel, concerten, speelfilms, opera, cabaret, romans, dvd’s, dansvoorstellingen, poëzie en documentaires neemt de roep om het scheppen van orde toe. En dan gaat het niet louter om consumenteninformatie en lijstjes, het gaat ook om waar de directeuren in Los Angeles om vroegen: een debat dat iets te maken heeft met de wereld om ons heen. Op internet is het probleem nog groter: duizenden meningen in honderden blogs. Waar moet de kunstliefhebber terecht in een horizontale wereld zonder hiërarchie? De kunsten hebben er belang bij, dat critici beredeneerde keuzes maken en dat een beetje behoorlijk opschrijven.

In dat laatste blinkt Carroll zelf niet uit. Hij is een filosoof in de analytische traditie en is vooral uit op argumenteren, wat bij hem soms spitsvondig uitpakt en dan weer op een open deur uitloopt. Carroll is een intentionalist, iemand die de bedoeling van de kunstenaar in zijn kritiek betrekt. Velen hebben jarenlang gemeend dat die er helemaal niet toe doet. Maakt de bedoeling van Beethoven of Dido, Wolkers of Grunberg, Mik of Van Gogh, uit voor de beoordeling van hun werk, als ze zich al van hun bedoelingen bewust waren? En bovendien beoordeel je toch niet de bedoeling, maar het werk?

Kijk, daar houden zulke filosofen van, en ook van het onderscheid tussen analyse, interpretatie, beschrijving en wat niet al, in plaats van na te denken over kritiek op internet, de verhouding tot bestsellers en massacultuur, de discussie over de canon en de veranderende rol van de media. Het culturele leven in de Verenigde Staten zal het met hulp van dit boek alleen niet redden.

Noël Carroll: On Criticism. Routledge, 210 pagina’s, € 24,99